Lucy Minnens was amper 18 jaar wanneer ze als bode tot het verzet toetrad. Ze bezorgde met de fiets berichten tussen de verzetsstrijders. Ook werd er soms materiaal voor sabotage-opdrachten vervoerd door verschillende bodes: elk een deeltje om niet verdacht te zijn.
Eveneens werd er voedsel aangeleverd, voor mensen die zich verborgen hielden om niet te moeten werken in de Duitse oorlogsindustrie, of voor buitenlandse infiltranten zoals piloten of specialisten die het verzet ondersteunden. Zij werden hiervoor gesponsord door burgers en vooral door boeren. Dat dit niet zonder gevaar was, bewijst het trieste lot van mevrouw Marie-Jozef Versichele, die opgepakt en gedeporteerd is naar Ravensbrück. Zij kwam heel gehavend en getraumatiseerd terug.
Mevrouw Fernande Hautekeete (onze tante langs moederskant) was ook actief in deze cel. Mevrouw Lily Soenen, die aan de spoorweg woonde in Deinze (ongeveer waar nu de Colruyt is) registreerde samen met haar man Louis De Clercq (broer van Willy) wapentransporten. Dit met de bedoeling sabotage uit te voeren.
Lucy Minnens is kort na de oorlog overleden. Vermoedelijk door een hersenvliesontsteking, maar het kan ook een hersenbloeding geweest zijn. Ze was toen 21. Een verdriet dat mijn grootmoeder gans haar leven heeft meegedragen.
Mijn moeder Rosa Hautekeete was helpster bij het Rode Kruis. Zij verzorgde evengoed Duitse soldaten als Belgische slachtoffers. Zij hielp ook bij de begrafenis om iedereen een waardig einde te verzekeren.
Let wel op met de lijst van leden van het verzet, die kort na de oorlog is opgesteld, waarschijnlijk met de bedoeling eretekens uit te delen: deze is niet helemaal correct. Sommige mensen, die slechts op het einde de wapens hebben opgenomen als het gevaar grotendeels geweken was, zorgden voor nogal wat controverse. Dit is de voornaamste reden waarom sommige "echten" weigerden op de lijst te staan. Zo is het mij verteld. Meer weet ik er ook niet over.
Groeten,
Francine
Foto's uit de collectie van Denis Pieters